VrijVan

Praktijk voor traumaverwerking

home           over trauma           toepassing           werkwijze           ervaringen           contact           artikelen    

artikelen:

‘Psychofarmaca werken wel maar genezen niks’

OPINIE – Jeroen Morssink − 10/01/12, 14:55






© anp

Hoe is het mogelijk is dat wij nog altijd in de psychofarmaca geloven, als zo duidelijk is aangetoond dat ze op termijn zo averechts werken? Dat vraagt Jeroen Morssink zich af.

Als Bram Bakker op vk.nl schrijft dat we terughoudender moeten zijn met antidepressiva, heeft hij helemaal gelijk. Hij gaat alleen niet ver genoeg. Het wachten is op de psychiater die hardop durft te zeggen dat het idee dat psychofarmaca effectief zijn, berust op een collectief waanbeeld dat in de beroepsgroep der psychiaters rondwaart. Hoe dat beeld ontstaan is en welke factoren het in stand houden is uitgebreid te lezen in “Heel de gewonde genezer”, het tweede deel van een trilogie waarin een zeer kritische analyse van de westerse geneeskunde wordt gegeven.

In dit boek is een uitgebreide Nederlandse samenvatting te vinden van het werk van de Amerikaanse wetenschapsjournalist Robert Whitaker. Deze laatste heeft het belangrijkste wetenschappelijk bewijsmateriaal dat sinds 1954 over psychofarmaca is gepubliceerd kritisch onder de de loep genomen. De conclusie is huiveringwekkend. Al zestig jaar lang houden we onszelf op een bedwelmende manier voor de gek. Hoe komt iemand tot dit idee en wat voor consequenties heeft het voor de aanpak van psychiatrische patiënten?

Whitaker begon zich te interesseren voor het onderwerp toen hij las dat een onderzoek van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) liet zien dat de resultaten voor schizofreniepatiënten in arme landen als Nigeria en India veel beter waren dan in de VS. Hij schrijft: ‘Ik interviewde verschillende experts over deze uitkomsten en zij dachten dat het te maken had met een verschil in cultuur. In arme landen worden schizofreniepatiënten meer ondersteund door de familie, zeiden ze.  Hoewel dit aannemelijk klonk, was ik niet echt tevreden met hun verklaring en ik begon alle wetenschappelijke artikelen door te lezen die te maken hadden met de WHO-onderzoeken. Toen werd ik met het opzienbarende feit geconfronteerd dat in arme landen slechts 16 procent van de schizofreniepatiënten aan de anti-psychotische middelen was.’ Het werd het begin van een queeste naar de ineffectiviteit van psychofarmaca.

Tijdbom

Whitakers analyse van het belangrijkste onderzoek op dit gebied zal in 2012 ongetwijfeld een tijdbom blijken te zijn onder de moderne psychiatrie – die immers voor een groot deel gebaseerd is op het idee dat een medicinale aanpak van psychische problemen de beste is.

Het eerste punt dat Whitaker maakt is dat de meeste grote onderzoeken naar de werking van psychofarmaca niet langer geduurd hebben dan zo’n zes weken. In veel van deze onderzoeken worden positieve resultaten gemeld. Niet zo vreemd omdat vrijwel alle psychofarmaca gebaseerd zijn op de beïnvloeding van dezelfde receptoren in de hersenen als die welke door hallucinogene drugs worden beïnvloed. Op de een of andere manier werken alle drugs, medicinaal of niet, vooral in op het dopamine-, het serotonine en het noradrenalinesysteem.

Het is dus helemaal niet zo gek dat mensen zich na zes weken positief uitlaten over deze medicijnen. Maar hoewel de psychofarmaca verfijnder en nauwkeurig zijn gedoseerd en dan xtc of cocaïne, vanuit neurologisch standpunt bekeken is het vreemd dat koffieshophouders wel worden aangepakt maar psychiaters niet.

Langetermijnonderzoek – en dan hebben we het over een periode van twee jaar of langer, geeft een veel minder positief beeld. Een mooi voorbeeld is de behandeling van schizofrenie.

Er is maar een korte periode in de westerse geschiedenis geweest waarin we op grote schaal schizofrene patiënten konden volgen die niet medicinaal werden behandeld. Vóór 1946 was dat vooral om twee redenen niet mogelijk. Tot 1917 was er onvoldoende consensus over de diagnose en toen men het eenmaal eens was over wat schizofrenie nu eigenlijk was, werd de eugenetica populair. Dat is de leer van de ‘gezonde erfelijkheid’, ofwel het idee dat we ons nageslacht kunnen verbeteren door te voorkomen dat er enge ziektes worden doorgegeven.

Wondermiddel

Dat idee leidde er toe dat schizofrene patiënten werden opgesloten, geen aandacht kregen van de wetenschap en de deur min of meer achter hen werd dichtgetrokken tot ze waren uitgestorven. Na de Tweede Wereldoorlog nam men massaal afstand van dit idee, vooral omdat Hitler er ook nogal wat sympathie voor had gehad met alle afschuwelijke gevolgen van dien. De tijdfase van 1946 tot 1954 – in dat jaar kwam het eerste psychofarmacum thoraxine op de markt en verspreidde zich snel als wondermiddel – werd daarmee de enige periode dat schizofrene mensen het onderwerp van onderzoek waren terwijl ze geen medicijnen gebruikten.

In feite kregen we toen een beeld van wat schizofrenie nu eigenlijk voor aandoening is, als we het min of meer ongemoeid laten. Het bekendste onderzoek gaf aan dat 62 procent van de patiënten die voor het eerst werden opgenomen met de diagnose schizofrenie, na twaalf maanden weer was ontslagen. Na drie jaar had 73 procent van de opgenomen mensen met schizofrenie het ziekenhuis weer verlaten om weer in de maatschappij hun plek in te nemen.

Deze mensen leefden niet in groepshuizen of onder wat voor begeleiding dan ook – omdat dat soort dingen eenvoudig nog niet bestonden. Ze kregen geen geld van de overheid omdat er nog geen uitkeringen op dat gebied waren. Uiteindelijk bleef er maar 20 procent over die blijvend behandeld moest worden. De rest leefde veelal zelfstandig en ging weer aan het werk. Er is hier geen ruimte om te laten zien dat bij ander psychische aandoeningen als depressiviteit en dat wat we volgens de laatste mode ‘bipolaire stoornis’ noemen hetzelfde beeld is waar te nemen.

De eerste maanden doen deze patiënten het dikwijls wat beter dan de groep die geen medicijnen krijgt, en op basis van die resultaten krijgt de farmaceutische industrie haar licenties. Maar op de langere termijn – na een aantal jaren – geldt dat in verreweg de meeste gevallen de mensen die niet aan de medicijnen zijn gegaan zich beter voelen, vaker zelfstandig wonen en werken en minder vaak een uitkering hebben. Zie hier één van de onverwachte antwoorden op de ongeremde groei van de kosten in de geestelijke gezondheidszorg.

Fabeltje

Er is hier ook geen plaats om uit te leggen dat de hypotheses over neurofysiologische werking van de psychofarmaca voor een deel op een fabeltje berusten. In ieder geval kunnen we lezen dat het idee dat we met psychofarmaca een evenwicht in de hersenen zouden herstellen, verre van de waarheid is. Onweerlegbaar wordt aangetoond dat er geen enkel evenwicht wordt hersteld, integendeel: er wordt een evenwicht verstoord en bij langdurig medicijngebruik kan die verstoring blijvend en invalidiserend zijn. De op deze manier door de psychofarmaca gestimuleerde epidemie van psychische aandoeningen zal de maatschappij binnen niet te lange tijd op kosten brengen die ook van Nederland een Griekenland zullen maken. Maar goed, wie dan leeft , wie dan zorgt….

Grote vraag

De grote vraag is natuurlijk: Hoe is het mogelijk is dat wij nog altijd in de psychofarmaca geloven, als het zo duidelijk zou zijn aangetoond dat ze op termijn zo averechts werken?

Dat is een boeiende vraag die door Whitaker uitgebreid wordt beantwoord. Want Whitaker is niet de eerste roepende in de woestijn. Meerdere keren in de geschiedenis van de psychiatrie zijn moedige psychiaters opgestaan die de woede van de hele beroepsgroep op hun nek durfden te halen door de effectiviteit van hun medicijnen op termijn openlijk te betwijfelen. Het wachten is op meer van die helden.

Jeroen Morssink is eindredacteur van de Trilogie van Verandering, waarvan het genoemde ‘Heel de gewonde genezer’ het tweede deel vormt.

Uw brein doet het werk