Werking van de hersenen en het geheugen inzake trauma:

Om enig inzicht te krijgen in traumaverwerking is het van belang allereerst iets te weten over de manier waarop onze hersenen indrukken of informatie verwerken. Het menselijk brein kunnen we onderverdelen in drie lagen:

1. De hersenstam samen met de kleine hersenen:

De hersenstam en de kleine hersenen bevinden zich in het verlengde van het ruggenmerg. Alle stimuli vanaf het brein naar het lichaam en omgekeerd verlopen via de hersenstam. Dit gedeelte van ons brein bevat onder andere talloze belangrijke reflexcentra die vitale functies zoals de hartslag en de ademhaling aansturen. Hier zetelen ook de basisfuncties zoals: slapen en waken, etc.

2. Het emotioneel brein:

In de kern van het menselijk brein bevindt zich ons emotioneel brein dat bestaat uit het zogenaamde limbisch stelsel. Dit limbisch stelsel is de collectieve naam voor een groep onderling verbonden  hersencomponenten en bevindt zich in een ring (limbus) rond de hersenstam in het hart van het menselijk brein.

Het emotioneel brein beheerst de emoties en de overlevingsreacties en staat in zeer nauw contact met het lichaam en de cortex.

Enkele belangrijke componenten welke deel uitmaken van het limbisch stelsel en waar we met traumaverwerking aandacht voor hebben zijn vooral de amygdala (amandelkernen) en de hippocampus (zeepaardje).

3. Het cognitief brein:

Met ons cognitief brein doelen we op de neo-cortex (nieuwe schors). Deze geplooide schors bevindt zich vlak onder de schedel en beslaat zo’n 40% van de totale hersenmassa. De cortex is de zetel van alle hogere functies waaronder denken, logica, diepere betekenisgeving, taal, lange termijn geheugen, geweten, abstract denken en globale kennis voor bewustzijn enzovoort.

Voor wat de indeling van onze hersenen betreft spreekt men wel van een emotioneel en een cognitief brein.

Iets wat wij meemaken, zien, horen of voelen (stimuli ) bereikt via onze zintuigen en het zenuwstelsel ons brein. Ons brein is dus voor een belangrijk deel een informatieverwerker.

Signalen welke de hersenen bereiken worden allereerst naar de thalamus, een soort poortwachter, geleid.

De thalamus  zendt de binnengekomen signalen op twee routes; de eerste en kortste route is naar de amygdala en de hippocampus en de tweede route is naar de cortex. De thalamus zendt de binnengekomen signalen dus zowel naar het emotioneel en het cognitief brein. Binnenkomende signalen worden via de thalamus  rechtstreeks, zonder tussenkomst van de cortex, naar het emotioneel brein verzonden.

De amygdala en de hippocampus werken nauw met elkaar samen:

Signalen of indrukken die we opdoen worden via de thalamus  rechtstreeks naar de amygdala  geleid waar ze van emoties worden voorzien en waar tevens de emotionele respons wordt opgeslagen. De droge feiten, hun volgorde en het verhaal, ofwel de context van de binnengekomen indrukken, worden tijdelijk in de hippocampus (korte termijn geheugen) opgeslagen. Letterlijk bevinden de amygdala  (twee amandelkernen) zich elk aan een uiteinde van de hippocampus.

Patiënten bij wie de amygdala operatief verwijderd was, kenden geen enkele angst meer en er trad algehele vervlakking op in hun gevoelens.

Herinneringen vervaagden zozeer dat men niet eens meer in staat was om familieleden te herkennen.

Omdat binnengekomen signalen zonder omweg naar de cortex, rechtstreeks het emotionele brein bereiken, kan iemand voordat hij zich er goed en wel bewust van is al in actie komen.

Zodra de cortex ook een indruk van de gebeurtenis heeft wordt dit naar de amygdala en de hippocampus gezonden.

Voorbeeld: Je bent ’s avonds alleen thuis en je hoort plotseling een doffe dreun. Voordat je weet wat er precies aan de hand is reageert je lichaam al. Je ademhaling stokt, je hartslag neemt toe en je springt overeind of verstijfd van schrik.

Een kort ogenblik later realiseer jij je dat de doffe dreun veroorzaakt werd door de kapstok die het begaf. De cortex zendt deze geruststellende beoordeling naar het emotioneel brein waarna de angst langzaam afneemt.

Het emotioneel brein werkt sneller dan het cognitief brein en is voor een belangrijk deel op overleven gericht. Door deze noodzakelijk snelle werking van het emotioneel brein is haar waarneming minder gedetailleerd.

Voor ons inzicht in het ontstaan van een trauma is het van belang te weten dat de angst-herinnering in eerste instantie dus onscherp is. Dit heeft zeker twee redenen:

a.      er wordt tijd gewonnen in een levensbedreigende situatie waar snel gereageerd moet worden.

b.      door een niet al te specifieke, globale of fragmentarische eerste herinnering is de verzameling objecten welke op de angst- herinnering lijken, veel groter.

De fragmentarische angst-herinnering wordt in het emotioneel brein opgeslagen. Hierdoor zal iemand eerder gealarmeerd of ‘getriggerd’ worden in situaties die overeenkomst vertonen met die angst-gebeurtenis.


Voorbeeld: stel dat je op een regenachtige avond terwijl je door een fietstunneltje fietst door een groepje jongeren wordt overvallen. Op het moment van de overval heb je waarschijnlijk alleen oog voor je belagers en probeer je zo snel mogelijk weg te komen. Toch zijn er ook heel wat details waar je op dat moment geen aandacht voor hebt zoals: de house muziek die uit de installatie van de jongens komt en de geur van wiet die daar hangt. Maanden later fiets je samen met enkele kennissen richting stad en voor jullie rijdt iemand die wiet rookt. Alleen al de geur van wiet kan je op dat moment een angstig en naar gevoel geven.

In dit voorbeeld zie je dat fragmenten van de daadwerkelijke overval voldoende zijn om dezelfde angst-reacties op te roepen. Dit lijkt in eerste instantie niet zo gunstig, maar kan levenreddend zijn. Ons brein is toegerust om ons te beschermen. Zelfs kleine overeenkomsten met de overval voorspellen mogelijk immers een nieuwe bedreigende situatie.

We hebben nu al gezien dat ons emotioneel brein rechtstreeks zonder de cortex (bewuste denken) in actie kan komen. Dus, hoewel ons cognitief brein overdag voornamelijk op de voorgrond actief is en ons emotioneel brein als een soort beveiliger op de achtergrond werkzaam is, worden de rollen in een situatie van gevaar plotseling omgekeerd.

In een crisissituatie slaat het emotioneel brein alarm en onmiddellijk worden de activiteiten van het cognitief brein stilgelegd. Omdat het emotioneel brein sneller werkt en het alle fysiologische reacties van ons lichaam aanstuurt, wordt het cognitief brein tijdelijk buiten spel gezet. Logisch ook, als in het verkeer een auto met grote snelheid recht op ons afkomt, dan is er geen tijd meer om eerst met onszelf (cognitief) te overleggen, maar reageren we instinctief en op onze reflexen.

Op het moment dat het emotioneel brein alarm slaat wordt er in ons heel wat op gang gebracht, ons hele systeem wordt gemobiliseerd. Dit betekent ook dat er een scala van hormonen worden aangemaakt waaronder adrenaline en noradrenaline om er enkele van te noemen. Deze hormonen bereiden ons voor op een noodsituatie en stellen het lichaam in staat om een topprestatie te leveren.

Bij overmatige angst of stress, hetgeen zich tijdens een trauma voordoet, wordt de amygdala echter overbelast en mede onder invloed van de hormonen uitstoot wordt de wisselwerking van de amygdala  met de hippocampus en de cortex tijdelijk verminderd of geblokkeerd.

De mentale verdoving lijkt op die welke zich wel voordoet bij een lichamelijke wond. Op het moment dat  we nog voor overvallers op de vlucht zijn voelen we niet de pijn van de klappen die we in ons gezicht  gehad hebben. Pas als we later op een veilige plek tot rust zijn gekomen dringt de pijn tot ons bewustzijn door. Zo wordt ook ten tijde van te grote angst of te hevige emotionele pijn, tijdens het ontstaan van een trauma (trauma = wond) ons cognitief brein verdoofd.

Voor een begrip omtrent het ontstaan van trauma is dit gegeven belangrijk. Het toont aan dat ten tijde van een crisis of angstige gebeurtenis, de angst-herinnering wel diep in de amygdala wordt ingeprent en opgeslagen, maar dat lang niet alle delen van de hierbij behorende gebeurtenis in het cognitief brein worden vastgelegd.

Fragmenten van de angst-herinnering ‘zwerven los rond’, zijn geïsoleer opgeslagen in het geheugen en hebben daarom  geen contact met de cognitie  en het deel van ons brein waar ook de taal gezeteld is.

Worden we nu geconfronteerd (getriggerd) met een fragment van de angst-ervaring, iets wat overeenkomst vertoont met zo’n geïsoleerd opgeslagen stukje angst-herinnering, dan zullen we ongetwijfeld heftige angst-gevoelens ervaren zonder wellicht te weten waarom. Het fragment van de angst-herinnering was immers niet gekoppeld aan de cognitie en taal maar wel aan de amygdala die meteen weer alarm slaat en ons systeem mobiliseert inclusief de bijbehorende lichamelijke reacties zoals hartkloppingen, buik in de knoop, angstzweet et cetera.

Niet traumatische ervaringen worden door ons verwerkt en er vindt integratie van de ervaring in de cortex (waaronder het taal en semantische geheugen) plaats. Bij trauma is er zoals we gezien hebben echter sprake van ‘geïsoleerd’ opgeslagen delen van de angst-ervaring, wat betekent dat de angst-ervaring niet kan worden verwerkt, er kan geen integratie plaatsvinden.

De REM-slaap, dat gedeelte van de slaap waarin wij dromen, speelt een belangrijke rol in het ‘dagelijkse’ verwerkingsproces.

Tijdens de REM-slaap wordt de reeds van emoties voorziene informatie uit de hippocampus als het ware geleegd en opgenomen of geïntegreerd in de cortex. Door dit proces van verwerken ontstaan er rijkere en diepere betekenissen in het lange termijn geheugen van de cortex.

Tijdens ons dromen vind er dus een belangrijk deel van de noodzakelijke dag-rest-verwerking plaats.

Ook al zijn we ons daar zelf niet altijd van bewust, maar ieder mens droomt veelvuldig. Dat we zo veelvuldig dromen is dus maar goed ook, het is een manier van onze hersenen om opgedane indrukken en informatie te verwerken en te integreren.

Een nachtmerrie kun je dan ook bezien als een mislukte poging van de hersenen om de aangeboden indrukken of informatie te verwerken. Het gaat daarbij dan meestal om indrukken of informatie waaraan emoties van hevige angst gekoppeld zijn. Het is dan ook niet vreemd dat personen die getraumatiseerd zijn regelmatig last van angstige dromen hebben.


                                                                                                                                                                               << terug naar vorige pagina